Home

Uiteindelijk toch kunstschilder

Dit is mijn eerste site.
Dat hangt samen met het feit dat ik pas een paar jaar geleden weer ben gaan schilderen, na een onderbreking van enkele decennia. Ik ben dus een herintreder. In de jaren zeventig – ik ben geboren in 1957 – zag ik een toekomst als kunstschilder voor mijzelf in het verschiet. Ik was toegelaten tot de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, maar ben de lerarenopleiding tekenen in Utrecht gaan volgen – in de voorbarige verwachting dat ik snel als kunstenaar zou doorbreken. Na twee jaar heb ik de lerarenopleiding echter verruild voor een studie geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.

Dat besluit was mede ingegeven door mijn weerstand tegen het dictaat van de abstracte kunst dat toen nog van kracht was. Mijn landschappen en stadsgezichten – die destijds ook wat poëtischer (en anachronistischer) waren dan nu – werden volkomen achterhaald geacht. Een van mijn docenten zei letterlijk: ‘figuratieve kunst kan allen nog als ironisch element in een abstracte context’. Op die opvatting en dat woordgebruik ben ik volkomen afgeknapt. Ik was (aspirant-) schilder in de verkeerde tijd. Met als gevolg dat mijn liefde voor het schilderen wat in de versukkeling is geraakt.

Na mijn afstuderen kwam ik terecht in de journalistiek – in eerste instantie als incidenteel tekenaar van politieke prenten (voor Trouw). Later was ik onder andere hoofdredacteur van het Utrechts Universiteitsblad, redacteur van NRC Handelsblad en Elsevier

 

Sander van Walsum

Sinds 1996 ben ik werkzaam bij de Volkskrant. Voor die krant was ik onder andere correspondent in Berlin (van 2004 tot 2009), chef van de centrale eindredactie en chef van de redactie Opinie & Debat.
Momenteel ben ik verslaggever en commentaarschrijver. Boeken schreef ik ook: een over de Universiteit Utrecht tijdens de Duitse bezetting, een over het geloofsleven van de moderne Nederlander en twee bij Atlas Contact verschenen romans: De Afslag (2008) en Emma (2009).

Ik trouwde in 1989, kreeg drie kinderen en schilderde nog maar incidenteel – ook omdat potentiële ateliers een bestemming kregen als kinderkamer. Ik ging galeries en musea voor beeldende kunst uit de weg om het grote gemis niet te hoeven voelen. In die jaren heb ik slechts één keer geëxposeerd: in 1997 als sideshow bij een gardenfair in Delden. Maar sinds 2013 heb ik weer de ruimte en de tijd (zij het mondjesmaat) om te schilderen. In 2014 nam ik deel aan een groepstentoonstelling in Kunstcentrum Haarlem. In 2016 had ik op dezelfde locatie mijn eerste solotentoonstelling. In 2018 nam ik voor de derde keer deel aan het jaarlijkse evenement Kunstlijn Haarlem, ditmaal met een tentoonstelling in de sociëteit van het rederijkersgezelschap Trou moet Blycken. Ik schilder landschappen en – vooral – stadsgezichten:  het schijnsel van koplampen op het natte asfalt, een stad in de late namiddag, een plein in de volle zon. Ik wil de toeschouwer deelgenoot maken van alledaagse schoonheid en van de vreugde die ik eraan beleef om die vast te leggen.

Jop Ubbens

Interview door Jop Ubbens

Slechts één keer haalt hij diep en lang adem om vervolgens pas na een gepassioneerde aaneenschakeling van woorden en zinnen, en na ruim anderhalf uur weer uit te ademen.

Sander van Walsum is aan het woord en zijn levensverhaal is een zeer boeiend, gedreven en dynamisch relaas over zijn kunst, het kunstenaarschap en zijn inspiratiebronnen.

Na een studie geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en twee jaar lerarenopleiding in dezelfde stad, is hij feitelijk autodidact. In het kort komt het er simpelweg op neer dat van Walsum met plezier schildert en ook de beschouwer tracht te bekoren. ‘What you see is what you get’, zegt hij zelf over zijn stadsgezichten van Haarlem, Amsterdam, Zandvoort of Berlijn.

Zijn schilderijen geven, zegt hij zelf, een impuls aan zijn levensvreugde, en zo komen ze ook stellig op mij over: als vrolijke en tegelijkertijd in warme tonen opgezette taferelen. Hij schildert licht en schaduw waarbij vaak de kleur helder blauw overheerst .

Van Walsum is absoluut een kunstenaar in het diepst van zijn gedachten en zijn composities en onderwerpen passen naadloos in een kunsthistorische traditie van vaderlandse voorgangers als Isaac Israëls, Cornelis Vreedenburgh, van Dulmen Krumpelman en – iets dichter bij huis – Hans Bayens.

En als je zijn oeuvre zou willen duiden, plak je er al snel het predicaat post- of laat-impressionisme op, weliswaar met een lichte touch richting hyperrealisme. Zijn grote inspiratiebronnen zijn dan ook Claude Monet, en dan met name het schilderij Hotel des Roches Noires in Trouville, dat in Musée d’Orsay hangt, en het intrigerende werk van Edward Hopper. Van Walsum kijkt goed naar de techniek en het kleurgebruik van deze kunstenaars, zonder hen te imiteren. Want eigentijds zijn z’n schilderijen zonder meer.

Neem bijvoorbeeld zijn ‘ontbijttafel’ of het zomerse ‘Strandje van Parnassia’, waarbij de gloeiende toets vastberaden is neergezet, de kleuren schitteren van zonlicht en de verfstreken op een zeer volwassen wijze gelaagd zijn aangebracht. Zijn schilderijen zijn buitengewoon toegankelijk. Hier en daar zijn ze spannend qua compositie, zoals bij het intrigerende ‘Station Friedrichsstrasse’, dat – ofschoon heel herkenbaar – opgebouwd lijkt uit grijze geometrisch gestapelde vlakken, waardoor het beton van de gebouwen bijna tastbaar wordt. Van Walsum zou van Walsum niet zijn als hij ook hier niet een vrolijke noot zou hebben aangebracht: een blij parasolletje op de hoek van de straat.

Sander van Walsum is een begenadigd schilderstalent. Met deze tentoonstelling, zijn eerste echte coming out op dit vlak, laat hij duidelijk zien dat hij een solo-expositie waard is. In ieder geval adem genoeg!

Jop Ubbens, (Ubbens Art Advisory, voormalig chairman Christie’s Amsterdam)