Jop Ubbens

Interview door Jop Ubbens

Slechts één keer haalt hij diep en lang adem om vervolgens pas na een gepassioneerde aaneenschakeling van woorden en zinnen, en na ruim anderhalf uur weer uit te ademen.

Sander van Walsum is aan het woord en zijn levensverhaal is een zeer boeiend, gedreven en dynamisch relaas over zijn kunst, het kunstenaarschap en zijn inspiratiebronnen.

Na een studie geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en twee jaar lerarenopleiding in dezelfde stad, is hij feitelijk autodidact. In het kort komt het er simpelweg op neer dat van Walsum met plezier schildert en ook de beschouwer tracht te bekoren. ‘What you see is what you get’, zegt hij zelf over zijn stadsgezichten van Haarlem, Amsterdam, Zandvoort of Berlijn.

Zijn schilderijen geven, zegt hij zelf, een impuls aan zijn levensvreugde, en zo komen ze ook stellig op mij over: als vrolijke en tegelijkertijd in warme tonen opgezette taferelen. Hij schildert licht en schaduw waarbij vaak de kleur helder blauw overheerst .

Van Walsum is absoluut een kunstenaar in het diepst van zijn gedachten en zijn composities en onderwerpen passen naadloos in een kunsthistorische traditie van vaderlandse voorgangers als Isaac Israëls, Cornelis Vreedenburgh, van Dulmen Krumpelman en – iets dichter bij huis – Hans Bayens.

En als je zijn oeuvre zou willen duiden, plak je er al snel het predicaat post- of laat-impressionisme op, weliswaar met een lichte touch richting hyperrealisme. Zijn grote inspiratiebronnen zijn dan ook Claude Monet, en dan met name het schilderij Hotel des Roches Noires in Trouville, dat in Musée d’Orsay hangt, en het intrigerende werk van Edward Hopper. Van Walsum kijkt goed naar de techniek en het kleurgebruik van deze kunstenaars, zonder hen te imiteren. Want eigentijds zijn z’n schilderijen zonder meer.

Neem bijvoorbeeld zijn ‘ontbijttafel’ of het zomerse ‘Strandje van Parnassia’, waarbij de gloeiende toets vastberaden is neergezet, de kleuren schitteren van zonlicht en de verfstreken op een zeer volwassen wijze gelaagd zijn aangebracht. Zijn schilderijen zijn buitengewoon toegankelijk. Hier en daar zijn ze spannend qua compositie, zoals bij het intrigerende ‘Station Friedrichsstrasse’, dat – ofschoon heel herkenbaar – opgebouwd lijkt uit grijze geometrisch gestapelde vlakken, waardoor het beton van de gebouwen bijna tastbaar wordt. Van Walsum zou van Walsum niet zijn als hij ook hier niet een vrolijke noot zou hebben aangebracht: een blij parasolletje op de hoek van de straat.

Sander van Walsum is een begenadigd schilderstalent. Met deze tentoonstelling, zijn eerste echte coming out op dit vlak, laat hij duidelijk zien dat hij een solo-expositie waard is. In ieder geval adem genoeg!

Jop Ubbens, (Ubbens Art Advisory, voormalig chairman Christie’s Amsterdam)